maandag 5 augustus 2019

TABAKSFABRIEKEN IN HEERENVEEN

In het verleden heeft Heerenveen enkele tabak verwerkende industrieën gekend. De bekendste is die van S.H.Taconis, opgericht in 1818. Hij was ook de grootste en had het meeste personeel in dienst. De kleinere fabriekjes hadden een kerverij aan huis. Na 1949 verdween de tabaksindustrie uit Heerenveen.

De fabriek van S.H.Taconis

In 1817 kocht Hendrik Taconis op de hoek van de Munniksteeg en Dracht een pand uit 1741 met een mooie klokgevel. Hij kocht dit voor zijn zoon Siemon, die er een tabakskerverij wilde starten. Op 18 mei 1818 werd de fabriek officieel ingeschreven en kreeg de naam “Het gekroonde tabaksvat”. De kerverij produceerde in aanvang rook- en snuiftabak.



Enkele jaren later veranderde hij zijn fabrieksnaam in “De Rookende Moor“. Aan de Dracht-zijde was de winkel gesitueerd met de bovenwoning. Zie links op de foto de winkel met klokgevel van Taconis: http://www.werkgroepoudheerenveen.nl/8-cat-fotos-met-een-verhaal?start=110
Achter bij de Molenwijk werd de fabriek met machines in de bestaande bebouwing gerealiseerd met een hoge schoorsteen als afvoer. De fabriek draaide naar behoren, ook in tijden dat de tabak duurder werd. Zo werd de tabak in 1839 met 5 cent per pond verhoogd. In 1874 werd uitbreiding van het personeel gevraagd. Er werden 2 a 3 tabakskerversknechten gevraagd.

In 1882 kwam zijn zoon Johannes Hendrik Taconis ( geb. 1863 ) in het bedrijf werken. Hij was een harde werker, reisde veel in de regio om klanten te verwerven. In de periode dat de fiets nog niet was uitgevonden reisde hij per diligence en verder te voet naar de omliggende dorpen. Hij werd al snel de belangrijkste persoon en leidde de fabriek die zijn naam veranderde in S.H.Taconis & Zn. Tijdens zijn werkzame periode bekleedde hij diverse functies in het Heerenveense maatschappelijk leven.

In 1908 werden nieuwe stoommachines in de fabriek geïnstalleerd. De motoren waren krachtiger en dat was in de steeg te merken. Deze zat vol waterdamp met zwevende tabaksdeeltjes als er stoom werd afgeblazen. Aan de gevel van de winkel hing een metalen uithangbord met een geschilderde afbeelding van een Moor in een rokje en veren op het hoofd.  Aan weerskanten van het bord hingen twee rollen tabak.

In 1915 kregen de tabaksfabrieken te maken met een prijsverhoging van de ruwe tabak en de vrachtkosten. De prijs van een pond tabak werd weer met 5 cent verhoogd. Drie jaar later vierde de fabriek haar 100-jarig bestaan. Kerver A. Wapstra deelde mee in de vreugde, hij vierde gelijk zijn 50-jarig jubileum als werknemer bij de fabriek. In 1920 gingen de verkopen achteruit en moesten een aantal werknemers worden ontslagen. Een trend die zich in de gehele branche voordeed. Men vulde het verlies aan door sigaren in de winkel te verkopen o.a. van de Vereenigde Rotterdamse sigarenfabriek.


In 1930 draagt de fabriek inmiddels de naam “N.V. Tabak- en Sigarenfabriek De rookende Moor”, tevens groothandel in sigaren en sigaretten. In 1934 staat een advertentie in de krant met het volgende gedicht:
  

Een bijzonder tabaksblik zit in de collectie van het museum in Deventer. http://www.collectiedeventermusea.nl/Details/collect/404833 

Taconis gebruikte diverse reclame-uitingen om zijn bekendheid te vergroten. Naast de advertenties in de krant verschijnen er lucifersdoosjes, sluitzegels en liet hij bij een pijpenfabrikant uit Gouda een kleipijp met firmanaam vervaardigen.

van links naar rechts: sluitzegels - reclamepijp - lucifersmerk

TABAKSMERKEN Taconis: o.a. Beste fijne gele krul, Beste blanke Baaij, Beste lichte pruim, Munt baai, Friesche Heerenbaai, Heerebaai Krultabak, American shag.
In 1938 werd de fabriek door de inmiddels 75-jarige Johannes Hendrik opgeheven en in 1939 overgenomen door Douwe Egberts. De mooie klokgevel van de winkel wordt afgebroken. In 1949 overlijdt J.H.Taconis. In 1957 is er nog een televisie-uitzending gewijd aan “De rookende Moor”.

= Overige Tabaksfabrieken in Heerenveen =


Op 14 maart 1939 is de N.V. Tabaksfabriek “De Oude Rooker” ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Directeuren zijn: G.J.Hofman Jr, J.P.H.van Rooij en W.F.Meuleman.
Het verhaal gaat dat na beëindiging van de fabriek van S.H.Taconis een doorstart werd gemaakt met een nieuwe naam. Dat zou “De oude Rooker” kunnen zijn. Douwe Egberts heeft Taconis wel overgenomen, maar zou geen interesse hebben in de oude tabaksmachines van Taconis.
Op 10 mei 1940 treedt G.J.Hofman Jr uit als directeur en wordt opgevolgd door E.H.F.Pas.
Op 24 juli 1940 wordt A.IJ. de Boer aangesteld als fabriekschef.
De kleine fabriek produceerde diverse rooktabakken met o.a. de merken Goud Burcht, Zilver Burcht en Rood Burcht, en o.a sigaretten van het merk Macito.



De fabriek heeft tot 1949 geproduceerd, waarmee de laatste tabaksfabriek uit Heerenveen verdween.


Op 19 april 1874 werd de fabriek de “Nieuwe rookende Moor opgestart door De Vries & Haven. J.P de Vries was de directeur/eigenaar. Er zijn geen relevante gegevens over deze fabriek bekend. Advertenties voor knechten worden tussen 1880 en 1882 geplaatst. Opmerkelijk is dat deze fabriek met zijn naam naast “De rookende Moor” van Taconis opereerde. En dat in dezelfde gemeente. Men mag aannemen dat deze fabriek ongeveer 10 jaar heeft bestaan.

Tabaksfabriek “De Amerikaan”
P.W.Taconis bezat een kleine tabakskerverij in Heerenveen.
Op 2 januari 1882 deed hij zijn tabakskerverij en handel in sigaren over aan K.T.Dijkstra in Heerenveen.

Vermeldingen:
 1856 – S.A.Taconis Wzn biedt zijn tabaksfabriek met pakhuis en kruidenierswinkel te koop aan. Het onroerend goed is gesitueerd aan en nabij de Dracht.
1858 – A.de Vrieze bestiert de Tabaksfabriek “De Nederlandsche Leeuw”. In 1867 wordt de tabakskerverij als het koopmanshuis en pakhuis te koop aangeboden. De kerverij stond aan de Lindengracht te Heerenveen.
1861 – Tjebbe Hessels de Jong, zoon van wijlen Hessel Douwes de Jong wordt handlichting verleend tot het uitoefenen van een Tabaksfabriek en drijven van nering en handel.

Bronnen:
-          Krantenarchief Delpher
-          Artikel: Een rookende Moor in Heerenveen door Louis Westhof z.j.
-          Oud Heerenveen – artikel Wibbo Westerdijk (2012)
-          Afbeelding kleipijp –kleipijp.nl
-          Overige afbeeldingen uit privé collecties en marktplaats

maandag 22 juli 2019

CONSI - de eenheidssigaret

Het idee van eenheidsartikelen doemt op in tijden van schaarste wanneer ons land direct of indirect bij oorlogshandelingen is betrokken. In 1918, ondanks de neutraliteit van ons land hadden we te maken met tabakschaarste. De regering stelde voor een eenheidssigaar voor het volk te introduceren. Kenmerken zijn dat de hele sigarenindustrie meedeed, de sigaren onder één merk in de handel kwamen met een vastgestelde prijs. Na een jaar gesteggel is die volkssigaar er toch niet gekomen. 
In de 2e wereldoorlog  leidde de tabakschaarste opnieuw tot eenheidsproducten. De eenheidssigaret en eenheidstabak kwamen nu wel op de markt.

- 1943 -
In de 2e Wereldoorlog had men te kampen met een groot gebrek aan grondstoffen. Niet alleen tabak, maar ook verpakkingsmateriaal en drukinkten waren ontoereikend. De sigaretten- en kerftabakindustrie gingen vanaf 1 mei 1943 hun producten in neutrale kartonnen doosjes en slappe verpakkingen uitgeven. Ook werd het aantal prijsklassen van de pakjes sigaretten beperkt. Deze ontwikkeling leidde tot de eenheidssigaret, waarbij aanwezige restpartijen tabak in de sigarettenfabrieken verwerkt werden.

Eerst werd een naam gezocht voor de eenheidssigaret. De krant vroeg de lezer om mee te denken en zo verschenen allerlei namen in de krant. Zoals Neerlandia, Korte turf, Vrede, Kort van duur, Hollands Glorie, Hopta en nog een tiental andere. Op 17 mei 1943 was men er uit. De sigaret kreeg de naam CONSI, een samentrekking van  Concentratie Nederlandse SigarettenIndustrie. De Consi-sigaret verscheen op 1 juni 1943 op de markt en werd tot 21 augustus 1945 verkocht.
De sigaret bestond in eerste instantie uit 100% vooroorlogse tabak uit restvoorraden. De melange was minder dan voor de oorlog. Naar mate de aanwezige tabaksvoorraad slonk werd een deel inlandse tabak (hooguit 15%) toegevoegd. Sommigen waren tevreden met de smaak, anderen gruwden ervan.

Afbeeldingen uit De Gil – 6 en 20 juni 1944
Er kwamen pakjes op de markt van 52 ½ ct, 90 ct en f 1,20 in respectievelijk de kleuren groen, geel en rood. De verwerkte tabak had 3 kwaliteiten, groen was de minste kwaliteit en rood de hoogste. In de consumentenprijs waren de opcenten verwerkt.


De opdruk op de sigaret zelf was doorgaans in blauw gedrukt. Eén fabrikant gebruikte de kleur van het pakje waarin de sigaret zat: geel, rood en groen. Na klachten kwamen de fabrikanten overeen dat alle sigaretten voortaan een blauwe opdruk kregen.

Zwarte markt
In cafés werd vaak een hogere prijs voor Consi gevraagd dan op de banderol vermeld. Een caféhouder uit Apeldoorn en de klant kregen beiden een boete omdat een pakje van 52 ½ ct voor f 7,50 werd verkocht. In Eindhoven werden 6 mensen beboet en 41 pakjes in beslaggenomen. Ze hadden zich schuldig gemaakt aan zwarte handel. Sigaretten afkomstig van diefstal of roofovervallen werden onder de prijs doorverkocht en belandden op de zwarte markt. Dergelijke praktijken waren aan de orde van de dag, men kreeg maar geen greep op de zwarte handel. In april bracht Consi f 8,- op,  Amerikaanse en Engelse sigaretten f 12,50 tot f 40,- per pakje. In de maanden daarna zou de prijs op de zwarte markt verder stijgen. Op 30 augustus f 10,-  op 11 november f 17,- in januari 1945 f 20,- en in april/ mei 60 tot 70 gulden. Ook neppakjes Consi werden aangeboden. In de pakjes zaten bijvoorbeeld sigaretten van het merk blazertjes (een surrogaat sigaret van 25 ct per pakje). De politie hield een vrouw aan die 31 pakjes nep-Consi voor f 150,- had verkocht.
Er werd in het land regelmatig met Consi geknoeid door fabrikanten, groothandelaren, vervoerders en winkeliers. Er waren winkeliers die de sigaretten zwart verkochten, zodat de burgers langer op levering van hun rantsoen moesten wachten omdat er z.g.n. te weinig geleverd was.

Tot nu toe konden Amateurtelers hun rooktabak van de fabriek gekerfd en gefermenteerd retour krijgen in rode of blauwe gebanderolleerde pakken. Vanaf de oogst 1944 konden de amateurtelers hun tabak ook laten verwerken tot pakjes “Amateursigaretten” om het gebrek aan sigaretten te ondervangen.

- 1944 -
De toestand in 1944 werd steeds nijpender. Nederlanders boven de 18 jaar moesten in juli van hun 14-daags rantsoen 1 pakje Consi vooraf reserveren, anders kwam de levering ervan in gevaar. 

Op 15 augustus werd de tabaksaccijns ( opcenten) verhoogd tot 100 procent. Een pakje Consi van f 1,20 gaat naar f 1,60 – van f 0.90 naar f 1,20 en van 52 ½ ct naar 70 cent. De gewone man had reden tot klagen, hij rookte naast de goedkope amateurtabak zijn Consi via de bon. De gekregen kwaliteit was wisselend. De prijs van f 1.20 en f 1,60 voor 20 sigaretten vond hij nog te duur. Op een doosje van f 1,60 wordt immers f 1,27 belasting geheven. Rijkere mensen hadden daar geen last van, zij kochten liever Engelse sigaretten van 10 stuks voor f 1,50.


links de oude prijs van 52 1/2 ct   -  rechts de nieuwe prijs 70 ct
Al sinds 1941 eiste de bezetter tabaksproducten voor hun krijgsmacht hetgeen een aanslag was op de fabrieksvoorraden. Deze leveringen waren belastingvrij en voorzien van een etiket met de tekst  “ Hergestellt für die Deutsche Wehrmacht ”. Dit is geen banderol, er staan ook geen prijzen op.



Op 12 september 1944 trokken de Amerikanen Zuid-Limburg binnen en werden de eerste Nederlandse gemeenten bevrijd. Daardoor ontstond een nieuwe situatie. In het zuiden van het land kwam de tabaksvoorziening langzaam weer op gang. De rantsoenen werden verdubbeld en men kon Engelse Virginia sigaretten kopen. Bij de Engelse soldaten waren Consi's gewild vanwege de milde smaak. Zij ruilden hun Engelse sigaretten bij de plaatselijke bevolking om voor Consi. Zo ontstond de leuze: Spaar Consi's voor Players.

Boven de grote rivieren, nog steeds bezet gebied, verslechterde de situatie. Men moest maar afwachten of de tabaksbonnen nog ingewisseld konden worden.


- 1945 -
In maart 1945 klaagde de directeur van het Rijksbureau voor Tabak en Tabaksproducten over het feit dat grote leveringen aan de Deutsche Wehrmacht moesten worden gedaan. Dit kon zo niet doorgaan  om te zorgen dat er tabak voor de eigen bevolking overbleef. Het probleem loste zich in mei vanzelf op door de bevrijding van heel Nederland.
Na de bevrijding kocht de regering een partij tabak uit Rhodesië om de fabrieken weer werk te verschaffen. In juni 1945 ving de productie aan en werd in juli onder de naam "Rhodesia” gedistribueerd. Zie ook: http://tabakvaria.blogspot.com/search/label/Rhodesia  
Winkeliers konden hun overgebleven pakjes Consi tot 21 augustus inruilen voor de nieuwe eenheidssigaret. Daarna verdween Consi van het toneel.

Fabrikanten van Consi waren o.a. Laurens, British American Tobacco Company en de fabrikanten met de nummers 7604 en 7662.
Naast de gebruikelijke Consi verpakkingen is nog een vreemde eend in de bijt. Die mist de grijze cirkelvormige opdruk in het midden en de zwarte schaduwranden om de woorden Consi en sigaretten. De letters in het woord Consi zijn niet ingekleurd.


In het Museum Rotterdam 1940-1945 treft men nog een afwijkend pakje aan. Jammer dat de bijgevoegde tekst niet juist is. Consi bestaat niet uitsluitend uit inlandse tabak en is ook geen surrogaat. Het sluitzegel en de banderol ontbreken. Hebben we hier te maken met een “nep” pakje Consi? Zie:  https://beeldbank.40-45nu.nl/index.cfm/search/detail?id=a9b486dc901511e383cd00163e3251a4&browseaction=search.results&currentrow=1

Consi was een sigaret die door zijn kwaliteit bij de rokers gewenst of verketterd werd. De laatsten verzonnen spotnamen op het merk. Zo hoorde men de uitdrukking Cigaretten Onder Nationaal-Socialistische Invloed en Churchill Overwint Na Sardinië Italië.

 Bronnen:
-          Alg.Rijksarchief toegangsnr.2.06.076.02
-          Krantenarchief Delpher
-          Afbeeldingen uit privé collecties
-          Link naar Museum Rotterdam 1940 - 45

vrijdag 19 juli 2019

NEDERLANDS VOLKSHERSTEL - hulpactie Roode Kruis

Sigaretten Nederlands Volksherstel

Door het oorlogsgeweld gedurende de periode 1940-1945 kwam een groot deel van de bevolking in de knel. Er was behoefte aan allerlei vormen van ondersteuning. Plaatselijke in het leven geroepen hulporganisaties probeerden de ergste nood te ledigen. Een gezond gezinsleven was uitgangspunt als  basis voor herstel. Bij gebrek aan financiën bij de overheid werd overal geld en goederen ingezameld. 

Een van de grote hulpverleningsorganisaties was het Rode Kruis. Op 9 mei 1946 werd de HULPACTIE ROODE KRUIS, beter bekend als HARK  in het leven geroepen. Deze actie ging samen met alle andere hulporganisaties kort daarna over in de landelijke overkoepelende organisatie NEDERLANDS VOLKSHERSTEL.


Op 24 oktober 1946 stelde de minister 200.000 pakjes importsigaretten beschikbaar voor het Nederlands Volksherstel. De pakjes sigaretten werden verkocht met een toeslag van 3 gulden bovenop de gangbare prijs die op de banderol vermeld stond. De extra toeslag kwam ten goede aan het fonds Noodgebieden. De sigaretten werden uitsluitend verkocht via winkeliers, de pakjes zijn te herkennen aan de rode opdruk “HULPACTIE” op de banderol en kwamen in november 1946 op de markt. 

De vrije stemmen Schouwen-Duiveland 24-10-1946 
In januari 1947 kwamen er 1 miljoen pakjes in de handel, dat waren Engelse, Amerikaanse en Egyptische importsigaretten.
Op 22 januari wilde de regering de rantsoenen op tabak verhogen hetgeen een daling op de zwarte markt veroorzaakte. Winkeliers meenden dat dit de verkoop van de sigaretten Volksherstel zal belemmeren en durfden geen voorraad aan te leggen uit angst er mee te blijven zitten. De toeslag van 3 gulden per pakje moesten de winkeliers immers zelf voorschieten. 
Men stelde voor de toeslag te verlagen. Aldus geschiedde: winkeliers konden hun in voorraad zijnde sigaretten Volksherstel tot 8 september teruggeven aan de importeur waarbij ze de sigaretten gekocht hadden. Zij kregen het bedrag inclusief toeslag van f 3,00 terugbetaald. Kort daarna verschenen pakjes met een toeslag van f 1.00.
In november 1947 kon men Volksherstel vrij kopen. De andere sigaretten bleven op de bon. Door de vrije verkoop probeerden louche figuren pakjes aan de deur te slijten. Dat waren “nep”pakjes sigaretten en hadden niet de vereiste banderol met de tekst HULPACTIE. 

In mei 1948 wordt de organisatie Nederlands Volksherstel opgeheven. De Volksherstel sigaretten mogen nog wel verder verkocht worden. In het jaar daarna werd de vraag kleiner en kleiner. Oorzaak was de grote import van Amerikaanse sigaretten. De toeslag was inmiddels verder verminderd. Voor de Oriëntsigaret ( Egyptisch) werd de toeslag f 0,10 en voor de Engelse en Amerikaanse Volksherstel sigaret bleef dat f 1,00 omdat de kwaliteit beter was dan de slecht verkoopbare Oriëntsigaret.

Boven: pakjes Oriënt sigaretten - Onder: Pakje Engelse sigaretten

BANDEROLLEN MET PRIJZEN 
de toeslag van f 3,00 en later f 1,00 staat niet op de banderol.



OPBRENGSTEN VOLKSHERSTEL 1946 – 1948

1e actie Volksherstel 1946
1 miljoen pakjes sigaretten + in beslag genomen sigaretten met toeslag van f 3,00 opbrengst f 3.510.867,-

2e actie Volksherstel 1947
1 miljoen pakjes sigaretten met toeslag van f 1,00 geschat op    f 1.000.000,-

3e actie Volksherstel 1948
1 miljoen pakjes sigaretten met toeslag van f 1,00 geschat op    f 1.000.000,-

Na opheffing van het Nederlands Volksherstel ging de opbrengst naar het inmiddels opgerichte Julianafonds. Door deze actie heeft rokend Nederland 5 miljoen gulden kunnen bijdragen aan het fonds Noodgebieden.

Bronnen:
-          Alg.Rijksarchief toegangsnr.2.06.076.02
-          krantenartikelen Delpher
-          wikipedia
-          internet: Ned.Volksherstel
-          internet: Hulpactie Rode Kruis
-          Afb. uit particuliere collecties


maandag 21 januari 2019

DE RHODESIA SIGARET

Toen Nederland in 1945 bevrijd werd was er  een enorm tekort aan grondstoffen, waaronder tabak. De aanvoer van tabak kwam mondjesmaat op gang. Amateurtabak werd nog volop geteeld en de nog aanwezige tabak bij de fabrieken was te gering, en vaak van wisselende kwaliteit om eigen merken op de markt te brengen. De regering besloot een nieuwe eenheidssigaret in te voeren, net als bij de Consi tijdens de oorlog. Alle aanwezige tabak in ons land werd daarin verwerkt. De nieuwe sigaret kreeg de naam Rhodesia 

De regering kocht in 1945 10 miljoen kg tabak uit Rhodesia aan. In juni 1945 mocht een fabriek uit het zuiden van ons land de Rhodesia in productie nemen. Men beweerde dat de sigaret beter zou worden dan de Consi. De sigaretten werden in pakjes van 20 stuks verpakt en de prijs werd bepaald op 50 cent + 25 opcenten, totaal 75 ct per pakje. Dat was een hoge prijs, voornamelijk veroorzaakt door de tabaksbelasting. De distributie liep via de Rode Kruiswinkels, omdat zij al eerder ervaring hadden opgedaan met verdeling.




De Rhodesia tabak is een lichte virginia soort. In juli waren 1.440.000 pakjes gereed die bestemd waren voor de regio Twente. Op bon nr. R 13 werd aangevangen met de verdeling, maar het zou tot oktober duren voordat zij allemaal in Twente verspreid waren. Daarna volgde snel de rest van het land. De sigarettenfabrieken in het westen konden weer gaan draaien. De reactie van de rokers was positief, de Rhodesia viel best mee. Men hoopte van september tot december 2 rantsoenen per 14 dagen te kunnen verstrekken. De vraag naar sigaretten was gestegen, doordat gemobiliseerde legers veel afnamen en tabak uit Oost-Europa al gereserveerd was door andere landen en niet aangekocht kon worden.



Winkeliers die nog een restantvoorraad Consi bezaten konden die tegen de oorspronkelijke factuurprijs omruilen voor Rhodesia. Deze sigaretten waren vanaf 30 augustus op de bon voor 75 cent verkrijgbaar door het hele land, soms verpakt in oude verpakkingen met opdruk Rhodesia. Oorzaak was gebrek aan grondstof voor nieuw verpakkingsmateriaal. Op de sigaret zelf staat het merk Rhodesia wel vermeld.




In september kwamen er importsigaretten uit Engeland en Amerika op de markt. Merken zijn o.a. Graven A, Graven plain, State Express 333, Gold Flake, Players, Marvel en Shirley. Deze sigaretten waren niet gebanderoleerd en kosten 60 cent per 10 stuks, en f 1,20 per 20 stuks.
Er kwam een distributie met het volgende schema: de ene week 40 sigaretten Rhodesia, de volgende week 20 importsigaretten, en dan weer van voren af aan.

Op 1 december werd Rhodesia verlaagd naar 60 cent. De oude voorraad Rhodesia  van 75 cent moesten wel eerst verkocht worden, vervolgens de ongebanderolleerde van 60 cent en tenslotte de gebanderolleerde van 60 cent. Al met al was de roker veel duurder uit dan voor de oorlog. Kostten toen 7 pakjes per week ongeveer f 1,05 nu was de roker f 4,20 kwijt aan zijn rokertje.

Jan Hengelman schreef in 1945 het volgende gedicht:

Eind november 1945 kwam al het bericht dat Rhodesia in de toekomst zou gaan verdwijnen. De winkeliers konden met de sigaret weinig winst maken en hadden een moeilijk bestaan. En dat terwijl er op de zwarte markt soms 5 gulden voor een pakje Rhodesia werd geboden. Voor import sigaretten was de prijs nog hoger en liep op tot 10 gulden.
Sigarettendiefstal was dus zeer lucratief. Zo werd in de nacht van 17-18 maart een grote partij Rhodesia bij Batco gestolen.
Er waren 7 fabrieken die Rhodesia vervaardigden w.o. Batco, Laurens, Ardath, Turmac en Crescent. De laatste voorzag de pakjes van een noodbanderol. Rhodesia is er in gewone verpakking en als schuifdoosje.



De eerste 2 weken van april 1946 werd op bonnen geen Rhodesia verstrekt, men kreeg shag er voor in de plaats. Winkeliers die nog voorraad hadden adverteerden er mee. Na 15 april waren er weer sigaretten op de bonnen verkrijgbaar.
Eind mei waren merksigaretten (van de eigen fabriek) op komst. Maar eerst moest Rhodesia uitverkocht zijn, want er waren nog grote voorraden. Er komen drie prijsklassen merksigaretten: 48 ct, 60 ct en 72 ct. De merksigaretten van 60 ct zijn van de kwaliteit Rhodesia.
Doordat de winkeliers niet tijdig bevoorraad konden worden met Rhodesia om deze uit te verkopen werd de verkoop van merksigaretten uitgesteld. Op 20 juni 1946 meldden de winkeliers dat de laatste Rhodesia sigaretten waren verkocht en konden de sigarettenfabrieken eindelijk hun eigen merken produceren. De behoefte aan sigaretten was groter dan voor 1940 omdat ook vrouwen meer waren gaan roken. Er was behoefte aan 700 miljoen sigaretten terwijl de toen huidige productie slechts 250 miljoen was.

Verpakkingen Rhodesia:

Op de naam Rhodesia werden spotteksten gemaakt:
           Regering Holland Ontdekt Deze Ellendige Sigaretten In Afrika
           Rot Hitler Ontdekt Deze Ellendige Sigaret In Afrika
           Roosevelt Heeft Ontdekt Deze Ellendige Sigaret In Amerika

De distributie in 1945-1946 heeft veel haperingen gekend, met telkens uitstel van de datum van invoering. Ook aan de behoefte van de roker 60-80% van de rantsoenen in sigaretten is niet gehaald. Men bleef steken op 40-60%.
Met het verdwijnen van de Rhodesia eenheidssigaret (nauwelijks 1 jaar op de markt geweest) was de ellende nog niet voorbij. De aanvoer van tabak bleef ondermaats zodat in november 1946 de regering opnieuw tabak moest inkopen om de voorraad aan te vullen. Die kwam uit Zuid-Amerika, lees hiervoor het artikel: Sigaretten uit Zuid-Amerikaansche tabak
. 
klik op de link

Bronnen:

·          Krantenarchief Delpher

·          Alg.Rijksarchief toegangsnr.2.06.076.02

·          De Tabaksdetaillist 1946
·          knipsel: herkomst onbekend
·          Tabaksverpakkingen uit de collectie van F.Tijmstra.


woensdag 5 september 2018

Tabaksfabriek J.P.Zwier en H.N. Zwier - Amsterdam

Vooraf
Op 19 mei 1860 startte G.W.L. van Elwe een tabaksaffaire in tabak, snuif en sigaren in de Weteringstraat 90 in Amsterdam. In datzelfde jaar ging hij in ondertrouw met F. J. Bruant en trouwde op 23-10-1860. Vanaf ongeveer 1865 werkte Jan Paulus Zwier, spottend “Jantje Pietje” genoemd, in de zaak van Van Elwe. De zaak heette van oudsher “Het wapen van Spanje” en werd in 1707 opgericht.
Op 24 september 1877 kwam Van Elwe op 47-jarige leeftijd te overlijden, de zaak ging verder onder de naam Wed. G.W.L. van Elwe-Bruant maar niet lang.
Want op 16 januari 1878 nam Jan Paulus ( J.P.) Zwier de zaak over. Jan Paulus zou zijn hele leven vrijgezel blijven.

Jan Paulus Zwier
Na de overname handhaafde J.P.Zwier de firmanaam “Firma G.W.L. van Elwe”. In 1881 liet hij het merk “Het wapen van Spanje” en “Het Rijksmuseum” inschrijven in het merkenregister.
Inmiddels verkocht hij niet alleen tabaksproducten maar fabriceerde ook tabak, snuif en sigaren. Ook bleef hij sigaren van anderen verkopen zoals de merken “Schuttersmaaltijd” en “Kroonprinses Wilhelmina” later veranderd in “Koningin Wilhelmina”.


De firma had een winkel, een kerverij op de begane grond, en een sigarenmakerij op de bovenste verdieping. 

In 1888 kwam op 12-jarige leeftijd zijn neef Hendrik Nicolaas Zwier (H.N.), als halve wees naar Amsterdam. Hij kwam bij J.P. in de leer om het vak te leren.
Het familiebedrijf bestond toen uit J .P. Zwier de eigenaar, Grootje, de grootmoeder van H .N. Zwier die bij J.P. kwam wonen en het huishouden bestierde, H.N. Zwier, de meesterknecht en nog een knecht. Afzetgebied van hun producten was Amsterdam, Zaanstreek en Gorkum waar familie woonde. Vaak werden de bestellingen in de regio met de auto rondgebracht.
In 1895 werd de Weteringbrug weggehaald, hetgeen de bereikbaarheid naar de winkel verkleinde. Hendrik maakte daarom een aantrekkelijke etalage om het klantenbezoek te stimuleren.
De sigarenmakerij werd omstreeks 1900 opgeheven, er werden alleen sigaren van andere fabrieken in de winkel verkocht.


Jan Paulus raakte aan de drank en leefde tenslotte alleen op jenever spek en spekvet. Eigenlijk runde Hendrik toen al de tabaksfabriek “het wapen van Spanje”.


In 1910 werd door gebrek aan activa het faillissement over de firma uitgesproken. J.P. verliet de zaak, maar bleef boven de fabriek wonen. 

Hendrik Nicolaas Zwier
Hendrik nam de zaak over en wist de fabriek weer winstgevend te maken. Vooral tijdens de 1e wereldoorlog werd er goed geboerd. Er lagen grote voorraden tabak in de fabriek opgeslagen zodat er geen sprake was van schaarste.


In 1920 werden de oude panden aan de Weteringstraat afgebroken en werd op dezelfde plek een nieuwe fabriek gebouwd. Links de winkel met daarachter de kerverij met een tabakseest (nog met kolen gestookt), een steelpletmachine en een kerfmachine.
Rechts aan de voorkant achter de dubbele deuren stond de auto en was tevens de ingang van de fabriek. 
Ondanks de roerige dertiger jaren bleef Hendrik de fabriek draaiende houden. Tijdens de 2e wereldoorlog ging het echter bergafwaarts. Gebrek aan tabak doordat de aanvoer uit Nederlands-Indië staakte deden uiteindelijk de fabriek de das om. In 1946 heeft H. N. Zwier zijn zaak opgeheven. Een broer van Hendrik zou de zaak overnemen maar omdat hij bij nader inzien er toch geen brood in zag is het doek definitief gevallen. Daarmee kwam een einde aan een bijna 70-jarig familiebedrijf.

Na de sluiting
Hoogstwaarschijnlijk zal het fabrieksmerk doorverkocht zijn, want rond 1946/1947 verschenen er pakjes tabak met opschrift “gefabriceerd door tabaksfabriek v/h H.N.Zwier” op de markt. Het zijn met name verpakkingen amateurtabak uit 1946/47. Op de Banderollen staat de fabrikant vermeld: Tabaksfabriek C.G.J.Faber Alkmaar. Op de zijkant van de witte pakjes amateurtabak staat een ander adres: Singel 7-9 Amsterdam-C. In dat pand was op de begane grond een bedrijfsruimte gesitueerd. Heeft Faber hier met de machines van H.N.Zwier geproduceerd? Of werd het gebruikt voor de distributie van tabak voor de afnemers uit Amsterdam e.o.? We kunnen er alleen maar naar raden.
                 
Ook het oude merk 1707 van Zwier werd van stal gehaald, met de toevoeging “oudste tabaksfabriek in Nederland”. Deze pakjes zijn van iets latere datum en komen ook van Faber uit de Spanjaardstraat 19 in Alkmaar.


Over de fabriek van Faber is verder weinig bekend. Aangenomen mag worden dat de productie van korte duur is geweest en rond 1950 werd beëindigd.
         

Bronnen:
-          Delpher krantenarchief diverse kranten uit 1860-1946
-          Correspondentie met Prof. F.H.Kreuger (2013)
-          Foto’s en afb. uit het familiearchief van F.H.Kreuger
-          Verpakkingen uit diverse privécollecties

donderdag 23 november 2017

SIGARETTEN UIT ZUIDAMERIKAANSCHE TABAK

In september 1946 klaagden de winkeliers over de slechte distributie van tabaksproducten in ons land. Er was met name een tekort aan sigaretten. Om de sigarettenkeuze te verruimen heeft de regering een partij Zuid-Amerikaanse tabak aangekocht waardoor er 43% sigaretten meer konden worden gefabriceerd. De nieuwe sigaretten werden niet gesausd, en de prijs werd op 40+8ct per pakje gesteld. Men bepaalde wel dat de rantsoenen niet verhoogd werden. 
De sigaretten waren louter bedoeld om tegemoet te komen aan de wens van de roker om uitsluitend sigaretten op hun bonnen te ontvangen. Half oktober begonnen enige fabrieken reeds met de levering van de “donkere” sigaretten.


In november protesteerde de detailhandel tegen deze Domingo (Zuid-Amerikaanse) sigaret. Het publiek  wilde deze sigaretten niet vanwege hun smaak. Om de ingekochte tabak toch kwijt te raken werden in de maanden november en december 210.000.000 sigaretten gemaakt. Hoewel  talrijke winkeliers de sigaretten wilden ontvangen bleek het merendeel ontstemd over de kwaliteit.


Het Rijksbureau voor Tabak en Tabaksproducten ( R.B.T.T.) bepaalde dat deze winkeliers hun sigaretten konden inleveren. Voor de ingeleverde sigaretten werden geen normale sigaretten verstrekt, maar vond rantsoenverrekening plaats. Wie in aanmerking wil komen voor gewone sigaretten moest ook Zuid-Amerikaanse af nemen omdat de fabrikanten verplicht werden deze te fabriceren.

Eind november meldde het R.B.T.T. dat de verrekening met de rantsoenen op zijn vroegst in maart 1947 kon plaats vinden. Het R.B.T.T. beval de industrie en groothandel de Zuid-Amerikaanse sigaretten aan de detailhandel te blijven afleveren. Bij weigering van de winkelier mocht geen enkel ander tabaksproduct worden verstrekt. De vakgroep detailhandel  in Tabak en Tabaksproducten adviseerde daarom hun leden de sigaretten niet in te leveren.


Intussen heeft de in brede kringen geuite kritiek zeer zeker effect gehad. Begin 1947 is men op zoek gegaan naar betere tabakken. Men kocht uitstekende Amerikaanse Virginia-tabakken van een constante melange en in de tweede helft van 1947 werd een rantsoenverdubbeling in het vooruitzicht gesteld. Intussen slonk de voorraad Zuid-Amerikaanse sigaretten.


Vanaf 1 november 1947 mochten de restanten Zuid-Amerikaanse sigaretten zonder bon verkocht worden. Dat gold niet voor de andere merken. Aan de sigarettenfabrikanten werd medegedeeld dat het vanaf 1 november verboden was de tekst “vervaardigd van Zuid-Amerikaanse tabakken” op de verpakking te vermelden. Daarmee kwam een eind aan een slecht inkoop avontuur van Zuid-Amerikaanse tabak.
De pakjes Zuid-Amerikaanse sigaretten zijn dus maar 1 jaar in omloop geweest



20 sigaretten 40+8ct
links: pakje Superbe overgeplakt met sticker Brados

rechts: pakje Ohio, met tekst noodverpakking op achterzijde.


Tekst achterzijde Dobraz:
Deze sigaretten zijn met de grootste zorg vervaardigd van door de
Regeering ter beschikking gestelde Zuid-Amerikaansche tabakken.

Zuid-Amerikaanse sigaretten zijn o.a. gefabriceerd door De Unie van Tabaksfabrieken, merk Fine.  Batco (British American Tobacco Company) bracht het merk Lister uit en Dobbelmann een schuifdoosje en een smalle cupverpakking Olifant. Voor al deze sigaretten geldt de eenheidsprijs 40+8 ct. Van de andere afgebeelde merken is de fabriek nog niet gevonden.

Bronnen:
-           Krantenarchief Delpher
-           Alg.Rijksarchief toegangsnr.2.06.076.02
-           De Tabaksdetaillist 1947
-           Tabaksverpakkingen uit diverse collecties o.a F.Tijmstra, L.Bracco Gartner, C.Molendijk